Verder terugdringen schooluitval ‘niet eenvoudig’

06 juni 2019
Het nog verder terugdringen van het aantal voortijdig schoolverlaters in het mbo is niet eenvoudig. Dat blijkt uit experimenten die drie scholen uitvoerden.

De afgelopen jaren is het aantal schoolverlaters in het mbo spectaculair gedaald: van zo’n 70.000 in het jaar 2000 naar ruim 22.000 in 2016. Het kabinet is echter nog niet tevreden en wil een verdere daling. Het ministerie van Onderwijs heeft daarom subsidie beschikbaar gesteld voor experimenten met nieuwe methoden om schoolverlaten tegen te gaan. De deelnemende mbo-scholen mochten zelf bepalen welke aanpak ze zouden hanteren. Uit een door het CPB uitgevoerde evaluatie blijkt echter dat de drie deelnemende scholen er niet in geslaagd zijn het aantal voortijdige schoolverlaters verder te verlagen.

Bij één mbo-school is geëxperimenteerd met een extra grondige intake. De procedure moest helpen om de onderwijsbehoeften van aspirant-studenten in kaart te brengen en uit te zoeken of de gekozen studie aansloot bij de competenties van de student. Als dat niet het geval was, kon een alternatieve opleiding worden voorgesteld. De bedoeling was dat studenten door deze intake minder vaak van studie zouden wisselen. De analyse laat echter zien dat dit niet het geval was. Evenmin werden er effecten gevonden op voortijdig schoolverlaten.

Op een tweede school werd een nieuw verzuimbeleid geïntroduceerd. Waar voorheen pas bij zestien uur verzuim in vier weken werd ingegrepen, greep de school nu al in bij acht uur verzuim. Ook werden de ouders geïnformeerd en kreeg de student een preventief spreekuur met een verzuimconsulent. Uit de analyse blijkt dat het ongeoorloofd verzuim na een dergelijk gesprek niet minder werd. Evenmin resulteerde het nieuwe verzuimbeleid in minder voortijdig schoolverlaten.

De interventie op een derde school was gericht op het stimuleren van ouderbetrokkenheid. Een e-coach nam regelmatig contact op met de ouders via mail. De berichten bevatten bijvoorbeeld informatie over hoe ouders hun kind het beste kunnen ondersteunen. Daarbij valt te denken aan beantwoording van vragen van ouders over de loopbaankeuzes en het verzuim van hun kinderen, of vragen van meer pedagogische aard. Docenten hadden een speciale training gekregen voor deze coaching. Ook deze interventie had echter geen effect op het schoolverlaten.

De onderzoekers van het CPB hebben wel een idee waarom een verdere daling van het aantal schoolverlaters lastig is: doordat de afgelopen jaren al zo’n enorme reductie is gerealiseerd blijft een zeer moeilijke groep over. Om een nog verdere daling te realiseren volstaan eenvoudige maatregelen niet meer en zijn volgens het CPB ‘zwaardere interventies’ nodig.

Lees hier het volledige rapport van het CPB