Leraren nemen initiatief voor brede beroepsvereniging

03 mei 2019
Op 1 januari 2020 willen initiatiefnemers Jan van de Ven, Thijs Roovers en René Kneyber een beroepsvereniging voor leraren lanceren. Het wordt een vereniging voor docenten van alle onderwijssectoren. Het drietal heeft inmiddels de steun van flink wat docenten. De komende maanden gaan ze in gesprek met het ministerie van Onderwijs.

In een artikel in Trouw vertelt het drietal over de doelen van de nieuwe lerarenvereniging. De vereniging wil als ‘Lerarencollectief’ onder meer een beroepsstandaard en een ethische code ontwikkelen, en wil zich sterk maken voor goede nascholing en het ‘etaleren van beroepstrots’. Het mbo heeft al enkele jaren een actieve beroepsvereniging voor mbo-docenten (BVMBO), maar de nieuwe vereniging richt zich op leraren in alle sectoren, dus van het primair onderwijs tot het wetenschappelijk onderwijs.

De nieuwe beroepsvereniging doet op het eerste oog denken aan de in januari van dit jaar opgeheven Onderwijscoöperatie. Deze beroepsorganisatie werd in 2011 opgericht door vakbonden en heeft zich via tal van projecten ingezet voor het faciliteren van leraren in hun beroepsontwikkeling. Zo werden onder andere bekwaamheidseisen voor de beroepsgroep opgesteld. Ook organiseerde de Onderwijscoöperatie jaarlijks de verkiezing van de leraar van het jaar. De Onderwijscoöperatie heeft zich daarnaast vanaf het begin verbonden aan de ontwikkeling van het lerarenregister. Ondanks groot verzet van veel actieve leraren, werd het lerarenregister in 2017 wettelijk ingevoerd. Maar ook daarna bleven de protesten aanhouden. Commotie over de opvolging van Joost Kentson als voorzitter van de Onderwijscoöperatie leidde vorig jaar de val de organisatie in. De nieuwe vereniging laat weten alles heel anders te willen doen.

De komende maanden willen de initiatiefnemers met het ministerie bespreken wat een goede vorm voor een beroepsvereniging zou kunnen zijn. In het advies Verkenning Leraren stelde Rinnooy Kan voor om een aantal leraar-informateurs te benoemen, ‘die de taak, de ruimte en de ondersteuning krijgen om het voortouw te nemen bij de discussie over de inrichting van de professionele ontwikkeling. Zo kan recht worden gedaan aan de enorme diversiteit in het onderwijs’, aldus Rinnooy Kan. Die diversiteit is er zeker. Het zal daarom niet gemakkelijk worden om een breed gedragen overeenstemming te bereiken, onderstreept Van de Ven in Trouw. Leraren hoeven het echter niet over alles eens te zijn. ‘Het gaat om beroepseer en binding van ons vak’, benadrukken de initiatiefnemers.

Lees hier een brief van het Lerarencollectief aan minister Slob