Veel werkenden volgen nooit een cursus

29 maart 2019
Ruim een kwart van alle werkenden heeft nog nooit een aanvullende cursus gevolgd. Het gaat hier vooral om laagopgeleiden. Om van leven lang leren een succes te maken is een financiële impuls hard nodig.

Die conclusie trekt het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) in een uitgebreid onderzoek naar leven lang leren en competentieontwikkeling. Volgens het onderzoek zou het goed zijn als werkgevers hun werknemers wijzen op het belang van periodieke bijscholing. Idealiter wordt voor iedere werknemer om de twee of drie jaar een opleidings- of ontwikkelingsplan gemaakt. Werkgevers doen er daarnaast goed aan om de werkomgeving ‘leerrijk’ te maken. Via functie- en taakroulatie blijven werknemers zich ontwikkelen. Ook voor de werkgever is dat gunstig: medewerkers zijn breed inzetbaar.

Uit het onderzoek blijkt dat daarnaast individuele leerrekeningen of scholingscheques goed werken. Zo’n budget kan gebruikt worden voor cursusgeld of voor de werktijd die nodig is om een opleiding te volgen (‘vrijkopen’). Door de werknemer zeggenschap te geven over zijn scholingsbudget, voelt de medewerker zich eigenaar van de eigen ontwikkelingsbehoefte. Het is belangrijk dat er een ruime bestedingsmogelijkheid is, waardoor ook bijvoorbeeld een loopbaanadvies ingekocht kan worden. Zo’n leerrekening kan gevuld worden door een storting van de werkgever of vanuit de overheid. Het leren van de harde kern van laagopgeleide werknemers blijft echter ook dan lastig. Groepstraining kunnen uitkomst bieden. Ook kunnen collega’s worden aangewezen als ‘leerambassadeurs’.

Mbo-scholen kunnen volgens het onderzoek een grote rol kunnen spelen bij het up-to-date houden van de competenties van hun oud-studenten. Daarvoor is het belangrijk dat scholen een systematisch alumnibeleid opzetten. Na het afronden van de opleiding moet de school contact houden met oud-studenten. Periodiek kan de school dan peilen of er behoefte bestaat aan aanvullende scholing.

Lees hier het volledige ROA-rapport ‘Levenslang leren en competentieontwikkeling’