STAP-budget bedraagt maximaal 1.000 euro per jaar

19 juli 2019
Het opleidingsbudget waarvan iedereen vanaf 2021 gebruik kan gaan maken bedraagt jaarlijks maximaal zo’n 1.000 euro. Het subsidiebedrag wordt aangevraagd door de werknemer, maar rechtstreeks overgemaakt naar de opleider. Om fraude tegen te gaan is een ‘scholingsregister’ in ontwikkeling.

Vanaf 2021 kunnen alle werknemers en werkzoekenden in Nederland aanspraak maken op een jaarlijks opleidingsbudget van 1.000 euro. Met het ‘STAP-budget’ kunnen werknemers hun positie op de arbeidsmarkt versterken. Het budget moet leiden tot een doorbraak in het leven lang ontwikkelen. Volgens de regeling is scholing in de eerste plaats een individuele verantwoordelijkheid. Met het STAP-budget creëert de overheid extra mogelijkheden voor werknemers om zich gedurende de loopbaan te ontwikkelen. De hoop is dat met name groepen die nu minder vaak aan scholing doen, zoals praktisch opgeleiden, de weg naar het STAP-budget weten te vinden.

Waar enkele maanden geleden nog sprake was van een budget van maximaal 2.000 euro, is in de conceptregeling het bedrag gemaximeerd op 1.000 euro per jaar. Exclusief BTW gaat het om een opleidingsbudget van zo’n 825 euro. Voordeel van dit lagere bedrag is, aldus de toelichting bij de regeling, dat meer mensen er gebruik van kunnen maken. Met een totaalbudget van 200 miljoen euro kunnen in theorie elk jaar 200.000 mensen een opleiding volgen.

Het is bedoeling dat belangstellenden zelf het opleidingsbudget online kunnen aanvragen. Als de aanvraag wordt goedgekeurd, gaat het subsidiebedrag rechtstreeks naar de opleider. Dit moet het risico op misbruik beperken. De opleider moet in zijn verantwoording aantonen dat de opleiding daadwerkelijk gevolgd is. Kan de opleider dit niet, dan kan het subsidiebedrag teruggevorderd worden.

In de conceptregeling is sprake van een scholingsregister, waarin toegelaten opleiders en scholingsactiviteiten worden opgenomen. Om in het register te komen moet een opleiding aan bepaalde voorwaarden voldoen. De scholing moet bijvoorbeeld leiden tot een door het ministerie erkend diploma of certificaat. Een ander toelatingscriterium is dat de aanbieder van de opleiding een NRTO-keurmerk heeft of dat de opleiding is ingeschaald in het nationale kwalificatiekader NLQF.

Ervaringen in Engeland hebben aangetoond dat dit soort subsidieregelingen fraudegevoelig zijn. Opleiders die willen meedoen, moeten daarom aan bepaalde voorwaarden voldoen. Ook moeten ze medewerking verlenen aan controles via steekproeven. Als er fraude wordt geconstateerd, verliest de opleider zijn plek in het register.

Er is een internetconsultatie gestart voor de regeling. Reacties kunt u tot 16 augustus hier geven.