Wetsvoorstel zaait onrust onder verpleegkundigen

13 augustus 2019
De komst van een nieuw soort verpleegkundige zorgt voor onrust binnen de zorgsector. Een nieuwe wet bepaalt dat er straks een groot onderscheid is tussen mbo-, en hbo-verpleegkundigen. Lang niet iedereen is hier over te spreken.

Minister Bruno Bruins voor Medische Zorg introduceerde in juni de overgangsregeling voor regieverpleegkundigen. Inmiddels heeft hij die uitgewerkt in de Wet BIG II. Niet iedereen is te spreken over het wetsvoorstel. Een vereiste voor de functie regieverpleegkundige is dat je als hbo-verpleegkundige je diploma ná 2012 hebt behaald. Iedereen die daarvoor al in functie was, heeft pech en kan zich niet zonder meer laten registreren als regieverpleegkundige. Mbo-geschoolde verpleegkundigen moeten zich laten bijscholen.

De eisen voor verpleegkundige om zichzelf een regieverpleegkundige te noemen zijn vastgelegd in de wet. Deze komen in het BIG-register te staan met de bijbehorende taken en verantwoordelijkheden. Hbo-verpleegkundigen die vóór 2012 hun diploma hebben gehaald en mbo-verpleegkundigen voldoen niet aan deze eisen. Hiervoor zouden zij bijgeschoold moeten worden of zelfs helemaal terug naar school moeten. Scholen zij zichzelf niet bij, dan krijgen zij werk op een lager niveau. Een groot deel van de ervaren verpleegkundigen voelt zich ondergewaardeerd. Voor deze groep voelt het alsof hun ervaring straks niets meer waard is alleen omdat ze niet de juiste opleiding gevolgd hebben.

Het wetsvoorstel leidde tot veel commotie op sociale media. Een actiecomité dat gevormd is eist zelfs dat de wet helemaal van tafel gaat. Tienduizenden verpleegkundigen steunen het verzet en uiten zich op sociale media en via petities. Volgens het comité hebben zij al 60.000 verpleegkundigen achter zich staan. Enerzijds gaan de klachten over de verdeeldheid die binnen ziekenhuizen ontstaat. Anderzijds klagen mensen over het tekort aan verpleegkundigen en de manier waarop deze wet dat volgens hen stimuleert. De achterban van het actiecomité is namelijk bang dat ervaren verpleegkundigen zich terugtrekken uit de zorg. Rianne van Geel legt haar situatie uit aan de NOS: ‘Dadelijk kan ik door BIG II mijn vak niet meer uitoefenen, omdat ik een in-service-opleiding heb gevolgd. Dan zou ik een hbo-opleiding moeten volgen en daar heb ik geen trek in’.

Toch zijn er ook voorstanders van de wet. Waarom is er een mbo-, en een hbo-opleiding als er op de werkvloer geen verschil meer is, vragen zij zich af. Trouw interviewde verpleegkundige Elise van Belle: ‘Op het hbo leer je onder meer innovaties te implementeren en persoonlijke zorgplannen combineren met nieuwe wetenschappelijke inzichten. Op dat soort competenties word je als hbo’er niet meer aangesproken als je eenmaal aan het werk bent. Dan zakt je kennis weg.’

Minister Bruins dient het wetsvoorstel na de zomer in bij de Tweede Kamer. Er is in de aanloop daarnaartoe nog ruimte voor nieuwe overleggen. Maar Bruins heeft al wel laten weten dat de wet er wat hem betreft hoe dan ook gaat komen.