Oproep om creatief mbo-talent meer kansen te bieden

27 februari 2020
Nederland kent tienduizenden jonge makers die creatief kunnen bijdragen aan maatschappelijke vraagstukken. Werkgevers hebben echter te weinig oog voor makers met een mbo-opleiding. Dat moet veranderen, vindt de ‘creative council’.

Volgens de ‘Dutch Creative Council’, een onafhankelijke adviesraad voor de creatieve sector, maken werkgevers te weinig gebruik van het in Nederland aanwezige creatieve talent met een mbo-opleiding. In een opinieartikel betoogt de council dat de sector het frame van hoger en lager onderwijs moet inruilen voor een frame van gelijkwaardigheid: ‘We moeten de sector zien als een zwerm van creatieven. Een groep mensen met uiteenlopende achtergronden en talenten die elkaar continu beïnvloeden. Van conceptueel denkers met lange-termijnideeën tot streetsmart makers met concrete producten; als we die bij elkaar zetten, worden we innovatiever, sneller en komt er gewoon veel meer uit. Dus niet meer denken in een ouderwetse keten, waarbij de ambachtelijke makers helemaal aan het einde van de keten zitten, maar iteratief samenwerken in een zwerm.’

In het artikel wordt verwezen naar de succesverhalen van oud-mbo’ers Matthijs Groos (artdirector) en Sjoerd Vroonland (meubelontwerper). Groos won zes Cannes Lions met onder meer zijn werk voor Volkswagen. Vroonland is bekend om zijn meubels voor Linteloo, MOOOI en Revised. Zowel Groos als Vroonland benadrukken dat doen en denken niet te scheiden zijn. Vroonland: ‘In mijn werk als ontwerper heb ik steeds meer kennis opgedaan en me ontwikkeld als ondernemer. De combinatie met mijn maakachtergrond maakt het verschil. Als een fabrikant zegt dat iets technisch onmogelijk is, leg ik mijn eigen proefmodel op tafel en bewijs dat het wél kan.’ Groos is blij met zijn tijd op het mbo, maar ook kritisch: ‘In mijn opleiding miste ik een soort van in- en uitzoomkunde. Wat is je plek in het grote geheel? Dat is misschien wat filosofischer, maar wel interessanter om mee te nemen in je werk. Pas tijdens mijn stage leerde ik door anderen om meer op deze manier te denken.’

In het artikel wordt ook practor Marieke Gervers aangehaald. Volgens Gervers kunnen makers van het mbo met hun vakmanschap ideeën en mensen verbinden. ‘Mbo’ers kunnen werken als een soort smeerolie in de maatschappij.’ Volgens Gervers slagen veel mbo-studenten niet op het hbo omdat de wereld van het hbo clasht met wat ze tot dan toe hebben geleerd. Volgens Gervers moet de sector bouwen aan nieuwe manieren van werken en leren.

De council ziet drie mogelijkheden om het creatieve mbo-talent meer kansen te bieden. Via meester-gezelconstructies kan jong talent het vak leren. De gezel draagt bij aan een opdracht en vergroot zo het inzicht van zichzelf en de meester. Ten tweede is er volgens de council op regionaal niveau meer mogelijk: in Centres of Expertise (hbo) en centra voor innovatief vakmanschap (mbo) kunnen scholen en werkgevers bij elkaar komen rondom thema’s design en duurzaamheid. De derde kans ligt in hybride leeromgevingen: fysieke plekken waar werken en leren samenkomen. Geen apart gebouw waar de opleiding wordt gevolgd, maar een opleiding ín een bedrijf. Zoals in het College Hotel in Amsterdam of de Duurzaamheidsfabriek in Dordrecht.

Lees hier het volledige opinieartikel